maandag 15 september 2014

Britse stereotypes



Ik ben ervan overtuigd dat jullie allemaal wel een beeld hebben van een ‘typische Brit’: Een beleefde man van middelbare leeftijd met een bolhoed, een kopje thee en een kopie van de Daily Telegraph in zijn handen. Maar in welke mate kloppen deze stereotypen eigenlijk? Hieronder vind je een kort overzicht van enkele stereotiepen die onder de loep worden genomen, fact or myth? 

1.       Britten zijn verzot op thee: fact



Vele Britten houden van een kopje thee (of 10) per dag. Zo consumeert de gemiddelde Brit 2.3 kg thee per jaar. Ze nemen dan ook regelmatig theepauzes ipv koffiepauzes. ‘Afternoon tea’ is hét moment van de dag waar vele britten naar uitkijken. 

2.       Britten hebben een ‘stiff upper lip’: Myth



Deze misvatting is afkomstig van het Victoriaans tijdperk waarin het ongepast was om je emoties te tonen. Deze dagen is het echter gezond om je verdriet te tonen, kijk maar naar de publieke uiting van emotie bij de dood van prinsess Diana. De stijve bovenlip is niet meer toepasbaar op de Britse cultuur, tel maar eens het aantal tranen dat er gevloeid worden tijdens de populaire televisieshows als X factor. 

3.       Britten  houden ervan om in een rij staan: fact


Dit is een Brits stereotype dat zeker waar is en daar zijn de Britten trots op. Als ‘in een rij staan’ een olympische sport was, dan zou groot Brittannie met goud, zilver en brons naar huis gaan. Britten gaan immers automatisch beleefd in een rij staan bij bushaltes, vlieghavens, winkels en zelfs in cafés.

4.       Alle britten dragen een bolhoed: myth




Britten dragen echt niet elke dag een bolhoed, enkel op special gelegenheden. Je zal het misschien niet geloven, maar Britten dragen ook wel eens gewone jeans! 

5.       Britten hebben slechte tanden: myth



Geen idee waar deze vandaan komt. Mondhygiene is in het Verenigd Koninkrijk even goed als in andere ontwikkelde landen. Het is wel zo dat sommige Britse culturele iconen heel ‘ongewone’ tanden hebben. 
6.       Britten praten altijd over het weer: fact

Er zit zeker een element van waarheid in dit stereotype. Je moet alleen maar eens kijken naar het Brits weer en je begrijpt meteen waarom. Stel je voor dat je in Californië woont, dan zou je het al snel beu geraken om over het weer te praten, omdat de zon altijd schijnt en je weet altijd wat je de volgende dag kan verwachten: meer van hetzelfde. In het Verenigd Koninkrijk daarentegen verandert het weer constant. Er is nooit een saai moment wat het Brits weer betreft en dat is waarom ze er zo graag over praten. Bovendien is het weer de ideale gespreksstarter voor smalltalk met vreemden.

7.       Britten spelen elke dag cricket: myth



Cirkcet is erg groot in Engeland, maar als je terugdenkt aan het Brits weer dat zonet werd besproken, dan besef je al snel dat het Verenigd Koninkrijk niet echt het klimaat heeft voor een zomersport. Britten spelen dus zeker niet elke dag cricket.


8.       Britten hebben allemaal  een nanny in huis: myth





Als kind was je misschien jaloers op het idee dat elk Brits kind is opgegroeid met hun eigen Mary Poppins, maar dat is zeker niet het geval. 

9.       Het regent elke dag in het Verenigd koninkrijk: myth  


Wanneer mensen aan het Verenigd koninkrijk denken, denken ze meteen aan slecht weer. Ze zien wolken, regen en wind.  Het regent echt niet elke dag in het Verenigd Koninkrijk. Maar het zou wel elk moment KUNNEN regenen. 

10.   Iedereen in het Verenigd Koninkrijk is best friends met prins William: Myth


 Als je zegt dat je van het verenigd Koninkrijk komt, krijg je vaak meteen de vraag “ken je prins willliam?” Het is zeer fijn dat hun monarchie zoveel interesse krijgt overzee, maar met 62,23 miljoen inwoners is het onmogelijk dat elke Brit op ‘first name basis’ staat met de prins. 

Als je graag zelf eens wil zien in welke mate de Britten voldoen aan hun stereotypes, schrijf je dan in voor een taal- of Highschoolprogramma in Engeland! Wat is immerse een betere manier om de Britse cultuur en mensen beter te leren kennen dan er zelf in te vertoeven? Als je beslist om de stap te wagen, vergeet dan niet om netjes aan te schuiven in de rij! 




woensdag 3 september 2014

Het leven in een gastgezin


Of je nu voor een paar weken, een semester of een jaar verblijft in een gastgezin in het buitenland, het is altijd een avontuur. Waar zouden ze wonen? Hoe ziet hun huis eruit? Hoe zouden  mijn gastouders eruit zien?  Heb ik gastzussen of broers?  Welke hobbies hebben ze? Ontelbare vragen spoken door je hoofd. Dit is niet meer dan normaal. Een semester of een jaar in een ‘vreemde’ familie doorbrengen is niet zomaar iets. Het is een grote stap. Maar ik kan je geruststellen: je gastfamilie heeft evenveel zenuwen en vragen als jou. Zij stellen immers hun huis open voor een ‘vreemdeling’ die een tijdje zal meeleven als deel van hun gezin. Waar je ook terrecht komt, de kans op succes is voor een groot deel afhankelijk van je eigen instelling. Als je met een open en flexibele geest op avontuur vertrekt, kan je alleen maar positief verrast worden.  

Nadat je de persoonlijke gegevens van je gastfamilie hebt doorgenomen en eventueel een eerste gesprekje hebt gehouden via het internet, is het tijd voor de echte ontmoeting. Na de zware taak om je valies in te pakken voor een semester of een jaar in het buitenland (hoe krijg ik dat er in hemelsnaam allemaal in?) en een emotioneel afscheid van je familie en vrienden in Belgie, stap je op het vliegtuig op weg naar je nieuwe familie. Het is een vreemd, maar leuk gevoel. Eenmaal aangekomen, scan je met bange oogjes de omgeving af naar gekende gezichten. En daar staan ze dan, je gastfamilie met open armen en een glimlach van oor tot oor.

De eerste dagen zijn altijd overweldigend. Je familie stelt je trots voor aan hun vele vrienden en kennissen wiens naam je onmogelijk kan onthouden. Maar geen nood, de kans is groot dat ze jou naam niet eens kunnen uitspreken, laat staan dat ze jouw land kunnen aanduiden op de wereldkaart. “Belgium, is that in Asia?”. Van diegenen die wel al gehoord hebben van je land, kan je de vreemdste vragen verwachten.  “Is it true that Belgians don’t shave their legs and armpits?’ 

Niet alleen de mensen, maar eveneens het eten is een grote aanpassing. Waar je ook verblijft, het is niet zoals in België.  Na enkele weken zul je het leven echter niet meer kunnen voorstellen zonder pannekoeken en wafels als ontbijt.  Het hoge cijfer op de weegschaal is helaas een gevolg waar vele uitwisselingsstudenten niet omheen kunnen. Een goede integratie vergt nu eenmaal enkele opofferingen. Mijn advies: geniet ervan. Je zal de wekelijkse uitstapjes naar McDonalds of Domino’s pizzas missen als je eenmaal terug thuis bent.  Het omgekeerde geldt uiteraard ook. Na enkele maanden in het buitenland begin je al te kwijlen als je nog maar dénkt aan vers brood van een warme belgische bakker. Kerstmis en verjaardagen zijn dan ook de ideale gelegenheid om postpakketjes te ontvangen van vrienden en familie die gevuld zijn met belgische lekkernijen.

Het leven in een gastgezin heeft een heel groot voordeel: het is de beste manier om een taal te leren. Je kan er immers niet omheen. In het begin zal je soms gebaren moeten gebruiken en het kan al eens  voorkomen dat je iets ‘normaals’ zegt, en dat iedereen plots begint te lachen. Geen nood, oefening baart kunst. Bovendien zal je familie graag met je praten, al  is het maar om je ‘leuke accent’ te horen. Na enkele maanden zal deze nieuwe taal zo natuurlijk aanvoelen dat je er zelfs in droomt (ook je vrienden en familie uit België spreken in dromenland plots vloeiend Engels of Frans).  Je zal je extra hard moeten concentreren om je moedertaal te praten wanneer je ouders je vanuit België opbellen om te vragen hoe het met je gaat. Zo zullen studenten die zich in een Engels gastgezin bevinden bijvoorbeeld de rollende ‘r’ plots niet meer kunnen uitspreken.  De enige mensen die een grote fan blijven van je moedertaal is je gastfamilie zelf. Ze zullen je immers meerdere malen vragen om eens iets in je moedertaal te zeggen en ze zullen het altijd “awesome” vinden, wat je ook zegt.

Wanneer het tijd is om terug naar huis te gaan, zal je merken dat je eigenlijk niet meer weet waar je ‘thuis’ precies is. Mensen met wie je een jaar geleden nog nooit gepraat had, noem je spontaan je ‘mom’ en ‘dad’.  Het zal opnieuw een uitdaging zijn om je opnieuw aan te passen aan je thuisland. Zo kan het al eens gebeuren dat je ‘vergeten’ was dat je in België niet om 3u ’s nachts naar de winkel kan om melk te kopen, dat je ijskast geen ijsblokjes kan maken of dat je geen gratis refills krijgt in restaurants. Waar je ook naartoe bent geweest als gaststudent, de gewoonten en mensen van dit land zullen je altijd bijblijven.  


Begint het bij jou te kriebelen om ook eens een semester of jaartje in het buitenland te verblijven? Bekijk dan zeker onze highschool programs  (http://taalreizen.com/taalcursus/onze-programmas/high-school-in-het-buitenland_c20) en Gap years! (http://taalreizen.com/taalcursus/onze-programmas/gapyear-in-het-buitenland_c207) Vind je een jaartje te lang, dan kan je ook enkele weken in een gastgezin verblijven terwijl je een interessante taalcursus volgt. (http://taalreizen.com/taalcursus/onze-programmas/jongeren-studenten_c1).